Wie word je als je door je moeder aanvankelijk niet gewenst bent en opgroeit in een gemeenschap waarin meer gezwegen dan gepraat wordt? Misschien als Mirjam,een meisje van 17 jaar dat twee grote wensen heeft: het bezitten van een fotocamera en wegtrekken uit het dorp om Nederlands te gaan studeren. Beide wensen worden vervuld, maar leveren Mirjam de verwachte vrijheid niet op.
De stijl van de auteur Janneke Holwarda is opvallend. Zonder franje, bijna afstandelijk schetst ze de hoofdpersoon van buitenaf. De roman begint met de zinnen: “Ze is de jongste. En de vreemdste. Moeder had het zelf gezegd toen de tantes op bezoek waren”. Mirjam blijkt een meisje te zijn dat een eenling is vanaf de eerste dag van haar leven. Ze typeert zichzelf als ‘dwarsligger’ omdat ze zo vaak genoemd is. Als ze voor het eerst van haar leven in aanraking komt met tederheid, valt de complete wal van weerstand om. Helaas niet op de goede manier, ze claimt de ander totaal zodat ze op haar eigen manier weer een verstikkende omgeving realiseert. Praten lukt haar niet; seksualiteit speelt als vorm van communicatie een belangrijke (maar integer beschreven) rol.
“Zeesteen” is een boeiende én aangrijpende roman. Holwarda heeft een Hollands aanvoelende, zwaardere stijl, die diepgang teweegbrengt. De hoofdpersoon citeert Nijhoff: “Leven is iets heel stils en zachts: een stroom (..) . Mirjam snakt naar die zachtheid, maar ze ontmoet veel harde daden. Haar broer David kan die hardheid niet aan; hij maakt een eind aan zijn leven. Waarover vervolgens niet gepraat wordt, zijn naam wordt niet meer gekend.
Ik ben geboeid geraakt door ‘Zeesteen’ omdat de schrijver in staat is karakters te tekenen. Een voorbeeld: De moeder ‘doet haar jas tot aan haar kin dicht, terwijl ze met haar andere hand het sjaaltje daaronder strak probeert te houden en met haar elleboog haar handtas stevig onder haar oksel klemt”. Ik zie haar voor me en begrijp dat ze niet anders kan omdat het leven haar zo gemaakt heeft. Na het dichtslaan blijft het boek napraten.
|